Betula

juni 10, 2008

Nou, die Taiga is wel groot. We zien nog steeds hetzelfde als vanmorgen. Berk berk berk.

Vanmiddag in Omsk aangekomen. Nog niet opgegeten door de wolven. Dat scheelt. Dan kom ik ook wel in Beijing, denk ik zo.

Er kwam bij Krasnojarsk een Rus in mijn coupé: Victor.
Een aardige jonge kerel met een mooie foto van zijn dochter en een vierkant koffertje.
Als er een Rus in de trein is die goed gezelschap vormt, dan is het Victor. Fotograaf van bodemprofielen. Voor olie voor China. En op zoek naar iemand om Duits mee te praten. Met zwarte zonnebloempitjes en sterke thee met suiker.
Het was een gezellig en moeizaam gesprek, met veel tekeningen.

En toen hebben Suzanne en Peter me gevraagd of ik er bij hen bij wilde,
Want zij hadden ook een Rus in hun coupé. En hun Rus kende mijn Rus.

Dus nu zit ik gezellig samen met Fausto, Suzanne en Peter in de coupé. Ook niet verkeerd.

We hebben gezellig met Takeo (de grappige Japanner) en Lydia en Kerron (de hippe Britten) in de wagonrestauratie gegeten. Takeo zegt “So sorry” als hij iets wil gaan zeggen en “Oh yes yes yes yes!” als hij je niet begrijpt.
Morgen eet ik denk ik weer noedels. De tweede keer zalm en vette aardappels waren lekker, maar vielen niet geweldig.

De enorme afstanden.
Ze worden een beetje griezelig.
Zó véél berken! Al twee dagen lang!
En dan ook al die lege vlakten met riet.
En – in het midden van niets – de steden. Ze zijn oud en vervallen, kapotte flats – op de stations na. Roestig en overal rommel. Meestal wonen er meer dan een miljoen mensen. Hoe doen ze dat?

———————–

Leave a Reply