Poep in je broek

mei 3, 2008

Om half zeven ben ik terug op het station. Schijt in mijn broek bij de gedachte dat ik de trein zou missen en alleen in deze enge stad achterblijf. En ik schijt in mijn broek bij de gedachte dat ik alleen met drie Russen in een coupe opgesloten zit, zonder stoelen om op het gangpad te zitten en met de coupedeur dicht en het raam geblindeerd in de nacht. Schijt in mijn broek bij de gedachte dat ik dagen achtereen slecht ga slapen en raar eten moet kopen en niet genoeg geld heb en afgezet word. Of dat ik ziek word. En dan heb ik het nog niet eens over dat er naar me gestaard wordt en de vraag of Russen op de trein dronken worden. Ben ik nou echt de enige op de wereld die voor vakantie en lol deze reis onderneemt? Ik probeer er maar niet te diep over na te denken…
 
Er is een soort kantine op het station, en daar eet ik mijn eerste Russische maaltijd bij een vriendelijke dame die me niet afzet. Borsjt, een gehaktbal, boekweit, doperwtjes. En een kop sterke lauwe thee waar alvast suiker in is gestopt. Rare lui die Russen, maar wel grappig. Het kost drie euro en van het eten word ik gelukkig.
 
Mijn tas staat nog steeds netjes bij de bewaking als ik hem ophaal. Dat gaat dus goed. In de overvolle wachtruimte kletsen dametjes en heertjes met elkaar. Iemand eet een boterham en veegt als ze klaar is het tafeltje netjes schoon met een papieren zakdoekje. De mensen zijn zelf verantwoordelijk dat het schoon wordt gehouden hier lijkt het wel. Het is hier eigenlijk best wel vies. Op de wc poetsen zigeunervrouwen hun schoenen met wat spuug. Hier zijn zo veel arme mensen.
 
Rond half negen staat op het bord aangegeven dat de trein gauw gaat vertrekken. Mijn tas is zo zwaar…ik had veel minder rommel mee moeten nemen. Iemand anders met een grote tas kijkt op het aankondigingenbord beneden en lijkt cyrillisch te ontcijferen. Zou hij ook met de trein meegaan? Ik wordt niet echt wijs uit wat zijn nationaliteit is, maar het is zeker niet Russisch. We lopen allebei door naar de trein en jawel: daar zijn nog twee grote rugtassen. Als er maar iemand in de zelfde wagon zit dan ben ik al blij…
Ik hoor ze met elkaar praten, maar blijf maar een beetje op afstand. Als ik met een ander op vakantie was zou ik er ook niet zo van gediend zijn om zomaar door een medetoerist worden aangesproken. Met zijn allen lopen we naar de blauwe trein. De jongen met de ondefinieerbare nationaliteit ook. Wagon negen, wagon negen daar moet ik zijn. Als ik maar geen knopjes open hoef te maken, oh nee er staan Provodniks overal bij de open deuren. Dit is dertien…twaalf, ze lopen nog steeds door, elf…tien, ze lopen door, negen, ze staan stil. We kunnen nog niet naar binnen.
“Goeieavond,” zeg ik tegen de twee.
“Hee een Nederlander, het kan ook niet anders…”
“Zitten jullie ook in wagon negen?”
“Ja, bedden 10 en 11.”
“Ik in 37. Erg hee, om toch weer Nederlanders tegen te moeten komen, maar eigenlijk heel eerlijk gezegd vind ik ‘t wel een beetje een opluchting…”
“Ben je alleen? Kan ik me voorstellen…”
“Ik ben Marijke trouwens.”
“Ik ben Suzanne.” “Ik ben Peter.”
De Provodnika bekijkt onze treinkaartjes en paspoorten en wijst ons de coupe’s.
“We komen elkaar vast nog wel tegen!”
Ik loop helemaal door naar achteren, maar daar is geen nummer 37 in de trein, het gaat maar tot 35. Wat raar. Mensen bekijken mijn kaartje en wijzen de andere kant op, je moet terug. Oei, smal gangpad, grote tas, veel mensen om te passeren. Uiteindelijk sta ik weer buiten. Ik Snap het niet! Iedereen zit al in de trein. Waar is mijn coupe nou? De andere provodnik loopt met me mee. Dit is je coupe.
Ik geloof mijn ogen niet. Ik zit direct naast de samovar (waterkoker op kooltjes) en naast de provodniks, dit lijkt de coupe van de provodniks wel, een twee persoons coupe zonder andere personen…mijn eigen plekje!!! De provodnik wijst naar het bed. Maak lekker je bed op joh, ga lekker beneden liggen. Er staan theekopjes en een schoteltje met koekjes klaar op het tafeltje bij het raam. Ik kan mijn tas onder het bed kwijt en ik kan muziek aanzetten (niet echt aan te raden, wat hebben die Russen een slechte smaak). Even later komt de provodnika mijn coupe in en gezellig naast me zitten om mijn kaartje te controleren. Ze kan mijn naam niet vinden. Mijn kaartje is niet op naam gemaakt. Ik wijs haar op mijn kaartje vanuit Amsterdam naar Moskou en de vouchers van Irkutsk naar Ulaan Baator. Ik heb Echt wel voor dit kaartje betaald hoor…ze kan het niet vinden en ik ook niet. Samen met de andere provodnik gaat ze even weg met mijn kaartje. Blijf maar rustig zitten wijst ze. Peter komt langs. “Hee, zit jij hier? Hebben ze jouw kaartje ook meegenomen? Was alles okee? Zit jij hier alleen? Het is zo klein bij ons, met zijn vieren..”
“Hmmm niet helemaal, mijn naam stond niet op ‘t kaartje.”
“Het komt vast goed. We rijden al en ze kunnen je echt niet zomaar uit de trein zetten.”
“Ja.”
Even later komt ze terug. Het is goed. Ze klopt geruststellend op mijn arm als ik mijn opluchting laat zien. Ik krijg een plastic doosje met warm eten: doperwtjes, een gehaktbal, boekweit. Ik heb helemaal geen trek!!! Maar wel lief…
 
Oh wat voel ik mij een prinsesje hier! Ik plak een stukje van het pakpapier van Nico en Fabiennes kadootje op de muur en maak een lichtschermpje zodat ik geen last heb van het felle halogeen. Er wandelt een grappige Japanner heen en weer die zin heeft in een douche. Takeo heet hij. En ook de jongen met de tas die Italiaan blijkt te zijn en Fausto heet komt langs. Peter en Suzanne delen een coupe met hem en een Rus. Op de wc zijn weggooi brilpapiertjes om op te zitten. Ik kan een echt kopje thee drinken met een schoteltje, er schijnt een douche te zijn en ik kan helemaal mijn eigen kamertje maken hier. Dit is geweldig!*
*noot van de uitgever: let op de vooruitziende talenten van onze heldin, blijkend uit de illustratie bij 1 april

Leave a Reply